Ed Wubbe over TING!

‘Iedere voorstelling begin je met niets, elke keer start je weer bij nul. Wat me helpt bij het ontwikkelen van een nieuwe voorstelling is mezelf de vraag te stellen: wat zou ik zelf willen zien?

Ik wil iets beleven tijdens een voorstelling, ik wil nieuwsgierig zijn naar wat er na deze scène komt. Van mij hoef je een voorstelling niet per se te begrijpen maar ik wil wel dat je het voelt.

Dromen en obsessies

Het werk van Fellini inspireerde me bij het maken van TING!. Zijn films volgen geen lineair verhaal, Gebeurtenissen, herinneringen, dromen en obsessies lopen bij hem allemaal door elkaar. Dat maakt zijn films vol en chaotisch, maar ook fantasierijk en theatraal.

Als kind kwam ik bij circus Toni Boltini: Johnny Lion zong ‘Sophietje’, er waren circusdieren, er waren clowns. Ik was negen jaar en gebiologeerd.

Fellini hield van circus. Circus is performen, het gevaar opzoeken, op grote hoogte enge dingen doen. Als kind kwam ik bij circus Toni Boltini: Johnny Lion zong ‘Sophietje’, er waren circusdieren, er waren clowns. Ik was negen jaar en gebiologeerd. In 2013/14 werkte ik voor The Great Bean samen met twee jongleurs, ik vond het mooi en theatraal, hoe zij manipuleerden met objecten. Ik was er al snel uit: in de jubileumvoorstelling moesten clowns en circusartiesten. 

Vervreemdend

De spanning van circus is duidelijk: je kunt zelf vallen, of je kunt een ander laten vallen. Maar ik zocht ook naar meer onderhuidse spanning in de voorstelling. In de films van David Lynch voel je vaak angst, terwijl het leven van zijn personages z’n dagelijkse gang lijkt te gaan; de angst laat zich bij Lynch lastig in woorden vangen, juist doordat hij alledaagse dingen vervreemdend en surrealistisch maakt. In TING! probeerde ik dat vervreemdende gevoel terug te laten komen. Zo laat ik danser Mischa van Leeuwen een clown spelen die introvert is en zich miniem beweegt. Dat geeft hem iets onderhuids dreigends, wat hem veel griezeliger maakt dan als hij een ‘normale’ clown had gespeeld.  

De Nits

‘Ting’ vond ik een beetje een raar nummer toen ik het voor het eerst hoorde, ik snapte de tekst niet helemaal, maar het prikkelde me. De Nits is geen doorsnee popband met clichénummers over de liefde. Hun teksten zijn boeiend, vreemd. Ze brengen een grote verscheidenheid en diversiteit in hun muziek.

De Nits is geen doorsnee popband met clichénummers over de liefde. Hun teksten zijn boeiend, vreemd. Ze brengen een grote verscheidenheid en diversiteit in hun muziek.

Ik interpreteer hun muziek op mijn eigen manier. Meestal volg ik juist niet de strekking van een nummer, maar laat ik de dansers er tegenin gaan: als het wringt en schuurt, als dingen niet helemaal kloppen, wordt het spannender. Ik zag laatst Iggy Pop op tv, hij was te gast bij een Engelse talkshow. Hij liep naar de microfoon, maar er was iets met zijn been, hij liep mank. Hij probeerde dat te verbloemen door een jolig loopje te maken – maar je zag het nog. Als die imperfecte kant van iemand heel even, ongewild, aan de oppervlakte verschijnt: dat vind ik mooi.’

Menu